Kunstenaarsboek Ode aan de Kolossale Zon

De basis voor dit kunstenaarsboek werd in 1997 gelegd. Dit is toen Marja Bon en Hans Woudenberg, van muziekgezelschap Wendingen, mij vroegen om een tentoonstelling te maken bij één van hun muziekprogramma’s. Daarbij ging het om de concerten met liederencycli van vier Amerikaanse componisten. Ik stemde meteen toe, want ik vond het een spannende uitdaging. Van de vier composities koos ik er uiteindelijk één uit om werk bij te maken: ‘Last Poems of Wallace Stevens’ van Ned Rorem . Omdat ik erg enthousiast was over de structuur van het muziekstuk en de gedichten van Stevens.

Inspiratie voor kunstenaarsboek

Er bestond toen ik aan mijn tekeningen en schilderijen begon nog geen CD van deze muziek. Maar gelukkig begon Wendingen al snel met de repetities. Waardoor ik een beeld kon krijgen van de muziek. En ik had natuurlijk de gedichten. Hoewel die cryptisch waren en ik ze niet meteen begreep, waren ze wel zo beeldend dat er allerlei voorstellingen opgeroepen werden in mijn fantasie. Dat dit bij mij gebeurde was geen uitzondering. Naderhand ontdekte ik dat Stevens veel kunstenaars geïnspireerd heeft en tot de grootste dichters van de twintigste eeuw gerekend wordt.

Wallace Stevens (1879-1955)

Ned Rorem koos voor zijn compositie 7 gedichten uit, die Stevens schreef  aan het eind van zijn leven. Hij leed aan kanker, maar wist het niet. Omdat in die tijd artsen vaak voor hun patiënten verzwegen dat ze ’K’ hadden.
Stevens’ raadselachtige en tegelijk zeer beeldende oeuvre gaat over de relatie tussen de werkelijkheid en de verbeelding. Maar deze 7 gedichten gaan daarnaast ook over de vitaliteit van het leven, afgezet tegen de idee van sterfelijkheid. Stevens, die gevoeld moet hebben dat zijn einde naderde, schreef ze in 1954 en 1953. Waarna ze in 1972 op muziek gezet werden door Ned Rorem. Inmiddels 25 jaar later kon ik er een beeldende laag aan toevoegen.

Keuze met verstrekkende gevolgen

Dat mijn keuze voor deze liederencyclus nog zou leiden tot een kunstenaarsboek, waar ik vijf jaar aan zou werken, had ik toen niet aan zien komen.
De tekeningen en schilderijen werden in 1998 tentoongesteld in Amsterdam en daarmee was het project afgerond. Maar Stevens’ gedichten bleven steeds in mijn herinnering terugkeren en inspireerden me tot nieuwe tekeningen. Tegelijkertijd vroeg ik me af of ik de vraag van Wendingen wel goed geïnterpreteerd had. Ik was blij met het werk dat ik voor de presentatie in 1998 gemaakt had. Maar was het echt een interessant antwoord geweest? Op de opdracht: Maak beeldend werk bij muziek.
Mijn conclusie was: Nee, eigenlijk niet.

Geen tekeningen, maar wat dan wel

Als tweedimensionale kunstwerken niet aan de opdracht voldeden, wat zou dan wel een passende vorm zijn voor een kunstwerk dat geïnspireerd is op muziek? Ik moest dus een specifieke, logische vorm zoeken. Waarbij die vorm overeenkwam met het karakter van muziek.
Ter illustratie: muziek geeft geen totaalbeeld ineens, maar openbaart zich ‘in de tijd’. Daarbij zijn ritme en melodie belangrijk. Bovendien kunnen thema’s uit het begin van een muziekstuk terugkomen in latere delen. Maar ook kunnen tonen door elkaar heen klinken. Die overeenkomsten vond ik terug in de kenmerken van een kunstenaarsboek, een kunstwerk in boekvorm.
Allereerst ervaar je een boek al bladerend, niet in één oogopslag. Verder hebben pagina’s twee zijden, waarvan gedrukte tekst en afbeeldingen door elkaar kunnen schijnen en zo elkaar kunnen beïnvloeden of aanvullen. Zeker als je ook af en toe halve en aangesneden pagina’s gebruikt. Kortom, het was een openbaring voor mij om te ontdekken hoeveel nieuwe manieren een boek biedt om complexe beelden te kunnen verwerken. En hoeveel overeenkomsten een boek heeft met muziek.

CD-boekje wordt kunstenaarsboek

Uiteindelijk kwam alles samen op het moment dat Marja en Hans besloten een CD te maken van de ‘Last Poems of Wallace Stevens’. Ik was toen al een jaar bezig schetsen te maken voor mijn kunstenaarsboek, waarvan ik toen nog dacht dat het ongeveer 30 pagina’s dik zou worden.
Tegelijkertijd waren ze er onder de indruk van geraakt dat een muziekstuk zo’n inspiratiebron voor me was. Al met al bedachten ze daarom mij te vragen het CD-boekje voor hun CD te maken. Daar was ik heel blij mee, hoewel ik meteen besefte dat het nog lastig zou worden. Want hoe kreeg ik al die beelden die in mijn hoofd rondspookten in het minieme formaat van een CD-hoesje? Ten slotte vroeg ik hen of ze de CD misschien wilden toevoegen aan mijn kunstenaarsboek. En zo gebeurde het.

Structuur van de muziek als leidraad

Rorems muziekstuk bestaat uit negen delen: zeven gedichten plus een prelude en een interlude. Het is één geheel, maar de delen verschillen onderling sterk in klankkleur, maat, tempo en ritme. Waarbij de instrumenten, stem (sopraan), cello en piano, in allerlei combinaties en ook solo toegepast worden. Terugkerende muzikale thema’s verbinden de losse delen.
In het boek werk ik op een vergelijkbare manier met beeld. Het kunstenaarsboek bestaat uit drie banden, met elk drie ‘hoofdstukken’; dus ook negen delen. De banden zijn semi-permanent gekoppeld, zodat ze ook naast elkaar te bekijken zijn. Op die manier kan je verbindingen leggen tussen beeldthema’s die in de verschillende delen terugkeren. Daarnaast kan je zo kleurovereenkomsten, vormrijm en dwarsverbanden ontdekken.
Op een vergelijkbare manier waarop de muziek opgebouwd is.

Opzet kunstenaarsboek

Mijn uitgangspunt bij dit kunstenaarsboek was dat de pagina’s niet los van elkaar bestaan; het zijn geen afzonderlijke grafiekbladen, maar zij krijgen juist betekenis in relatie tot elkaar. Zodat het uiteindelijke beeld wordt gevormd met het omslaan van de pagina’s. Nabeeld en transparantie spelen hierbij een grote rol.
Om dit te bereiken heb ik bijvoorbeeld gekozen voor dunne papiersoorten, zoals Japans papier. Maar ook transparant papier en afwijkende formaten. Verder hielpen ‘vette’ druktechnieken zoals linoleumsnede en stencil om dit doel te bereiken. Traditionele drukkersnachtmerries zoals ‘smet’ en ‘doordrukken’ werden bewust opgezochte technieken.
Het kunstenaarsboek is een op zichzelf staand kunstwerk. Maar de toevoeging van de muziek CD maakt het mogelijk om drie disciplines (beeld, tekst en muziek) gelijktijdig te ervaren.
Op deze manier wordt je beleving als ‘kijker’ verdiept en wordt je meegevoerd in de gelaagdheid, complexiteit en muzikaliteit van dit interdisciplinaire project.

Luister hier radio interview over het project, bij VPRO De Avonden

Lees hier de recensie van Rob Perrée in Kunstbeeld

Ode aan de Kolossale Zon

Een kunstenaarsboek van Helga Kos, geïnspireerd op het muziekstuk ‘Last Poems of Wallace Stevens’.
Het is een gezamenlijke uitgave van:
Kamermuziekgezelschap Wendingen, Amsterdam;
Helga Kos, Amsterdam;
Galerie Samuel Lallouz, Montreal, Canada.

Opbouw

Het kunstenaarsboek bestaat uit drie banden, semi-permanent aan elkaar gekoppeld met klittenband:
156 pagina’s grafiek met de CD van ‘Last Poems of Wallace Stevens’, geïntegreerd in het ontwerp.

Copyrights

Gedichten ©Wallace Stevens 1954 en 1955.
Muziek ©Ned Rorem 1972.
Kunstenaarsboek © Helga Kos 2004

Uitvoering

CD door Wendingen:
Irene Maessen, sopraan
Hans Woudenberg, violoncello
Marja Bon, piano

Idee, ontwerp en druk: Helga Kos
Typografie: Josje Pollmann

Prijs

Handgedrukte, genummerde en gesigneerde oplage van 288 exemplaren.
€1500

Subsidiënten

Elise Mathilde Fonds, Maarsbergen
Thuiskopie Fonds, Hoofddorp
Het Kersjes van de Groenekan Fonds, Loosdrecht

Met zeer veel dank aan

Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam
Fonds Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, Amsterdam
De 97 voorintekenaars op het boek
en in het bijzonder: Marja Bon en Hans Woudenberg  (Wendingen),
voor uitzonderlijk, loyaal en genereus opdrachtgeverschap

Presentaties ‘Ode aan de Kolossale Zon’

(Van 2001 tot 2004 werd het boek tentoongesteld als ‘work-in-progress’.)

(In)visible, Amsterdam, Ateliercomplex Nieuw en Meer, in het kader van een serie tentoonstellingen waarbij onderzocht wordt welke manieren van presenteren het kunstenaarsboek toegankelijker kunnen maken voor het publiek.

Stedelijke Museum, Amsterdam, selectie uit de collectie
Wendingen/Kunst op Locatie, Amsterdam
Contemporary Artist’s Book Fair Leeds, University ofLeeds, UK

DRUKsel, Gent
Wanderwort ArtEZ, openingsprogramma, Museum CODA, Apeldoorn

Ruthermore American Institute (RAI), Oxford, UK,
lezing t.g.v. de ‘Wallace Stevens Conference 2005’.
State University of NY at Buffalo, Buffalo, NY, USA, Lezing en presentatie van het boek.
UWE, University of West England, Bristol, UK

Stedelijk Museum, Amsterdam
Museum Meermanno, Den Haag
Apeldoorns Museum (CODA), Apeldoorn
KunstRai, Johan Deumens, Amsterdam Art Fair
Institut Néerlandais, Parijs, Frankrijk
Buchmesse Frankfurt, Duitsland
Buchmesse Leipzig, Duitsland
Kunsthuis 13, Velp
Academie van Beeldende Kunsten, Arnhem, Lezing en presentatie boek.

Pieter Bruegel Instituut, Veghel, lezing in combinatie met een uitvoering van ‘Last Poems of Wallace Stevens’

Galerie Samuel Lallouz, Montréal, Canada
’Emergo’, voormalig Wilhelmina-Gasthuis terrein, Amsterdam

Stedelijk Museum, Amsterdam
Gemeentehuis, Assen, in combinatie met een uitvoering van ‘Last Poems of Wallace Stevens’
Vitrinegalerie AMC / Academisch Medisch Centrum, Amsterdam ZO

Grafische Cultuur stichting, Amstelveen
Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam

Het boek is opgenomen in de openbare collecties van

Stedelijk Museum, Amsterdam
Museum Meermanno Westreenianum, Den Haag
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag
Caldic Collection B.V. Rotterdam
Herinneringsfonds Vincent van Gogh, Den Haag
Bibliothéque Nationale de France, Paris
National Bibliothek, Leipzig
Piermont Morgan Library and Museum, New York, New York, USA
Columbia University, New York, New York, USA
State University of NY at Buffalo, New York, USA
Smith College, Northampton, Massachusetts, USA
University of Wisconsin-MadisonKohler Art Library, Wisconsin, USA
Galerie Samuel Lallouz, Montréal, Canada
LA Louver Gallery, Venice (LA), California, USA

Onderscheidingen 2004

Selectie ‘Best Verzorgde Boeken’
Shortlist ‘Best Book Designs From All Over The World 2004’, Stiftung Buchkunst / Frankfurt & Leipzig

Recensies en Interviews

Recensie Rob Perrée, Kunstbeeld nr 07/08 2004

Rob Perrée, Kunstbeeld nr 07/08 2004

‘Ode aan de kolossale zon’,
Een uitgave van Wendingen, Helga Kos en Galerie Samuel Lallouz in Montrál, € 1500,-

In 1972 componeerde de Amerikaan Ned Rorem ‘Last Poems of Wallance Stevens’, een muziekstuk gebaseerd op een aantal gedichten van zijn beroemde landgenoot. Het kamermuziekgezelschap Wendingen voerde het dertig jaar later uit. Het vroeg kunstenaar Helga Kos om er een tentoonstelling bij te maken. Omdat ze vond dat ze in die traditionele presentatievorm onvoldoende recht kon doen aan componist én dichter, stelde ze voor ook een kunstenaarsboek te maken. Dat werd ‘Ode aan de kolossale zon’. In dat boek heeft ze geprobeerd het wit in de poëzie van Stevens vorm te geven en tegelijkertijd rekening te houden met de kenmerken van een muziekstuk. Ze heeft als het ware beeld gegeven aan de gedachten, emoties en associaties die de gedichten oproepen. Ze heeft ze uitgezet in de tijd door ze te verdelen over drie boekdelen. Daarnaast heeft ze ze, in hun samenhang met de onvoorspelbare tonen en klanken van Rorem, vertaald in allerlei soorten papier, in allerlei formaten, bedrukt middels een groot aantal druktechnieken. Dat leverde een bijzonder kunstenaarsboek op. Een opvallende compositie.
De gedichten van Wallance Stevens zijn, uitgevoerd in diverse lettertypen, verspreid over het hele boek. Gelukkig in hun oorspronkelijke taal (de achterin bijgevoegde Nederlandse vertaling is hinderlijk houterig). Meestal zijn de beelden niet meer dan (gelaagde) beeldvlakken in allerlei kleuren. Soms zijn daar neutrale vormen op aangebracht, soms heeft een bepaalde letter uit een dichtregel een extra accent gekregen, op een aantal pagina’s is een fotoportret van Stevens verwerkt, soms zijn er schetsmatige, figuratieve tekeningetjes op afgedrukt. In dat laatste geval zijn ze geen verbeelding van de tekst. Er zijn doorschijnende pagina’s waarbij Kos slim gebruikt maakt van die kwaliteit. Voor-beeld en achter-beeld spelen met elkaar. Andere pagina’s zijn gevouwen en dwingen de lezer/kijker tot handelen. In het tweede deel lijkt een apart boekje opgenomen in het geheel. Papiersoort, formaat en afbeeldingen vormen een eenheid.

Ondanks de veelsoortigheid is de ‘Ode aan de kolossale zon’ een uitgebalanceerd en rustig boek. De teksten werken als bindende factor. De beeldtaal probeert niet de woorden naar de achtergrond te dringen. Stevens is geen aanleiding of excuus, Stevens is een volwaardig partner. In één van de pagina’s zit een CD verwerkt waarop de compositie te horen is zoals die door Wendingen is uitgevoerd. Door daar naar te luisteren terwijl je het boek bekijkt, worden de bedoelingen van de kunstenaar zichtbaar.

Kunstenaarsboeken zijn een moeilijk te plaatsen kunstvorm. Vanuit het conceptuele denken verschijnen ze in gedrukte vorm om zo de uniciteit van een kunstwerk te ondermijnen (Wiener, Baldessari, Ruscha). In handgemaakte vorm blijven ze vaak steken in vaardigheid alleen. Ze missen een inhoudelijke en artistieke motivatie. Als livres de peintres drukken ze in veel gevallen de poëzie naar het tweede plan (Picasso, Tapies). Als sculptuur ontkrachten ze veelal hun oorsprong. Helga Kos is er wonderwel in geslaagd de klippen te omzeilen door met een boek te komen dat boek blijft, uniek is in zijn uitvoering, is vormgegeven vanuit een inhoudelijke noodzaak en, omdat het in een oplage gemaakt is, toch toegankelijk is voor een groter publiek.

.Annemiek Overbeek in gesprek met Helga Kos, 23 april 2004 VPRO radio De Avonden

Helga Kos’ vertaling van een muziekstuk

zaterdag 1 mei 2004, gepubliceerd op www.haagschecourant.nl – door Roos van Put
Helga Kos heeft vijf jaar lang gewerkt aan haar kunstenaarsboek 'Ode aan de Kolossale Zon'.Helga Kos heeft vijf jaar lang gewerkt aan haar kunstenaarsboek ‘Ode aan de Kolossale Zon’.! foto Ronald Fleurbaaij

Het kunstenaarsboek ‘Ode aan de Kolossale Zon’ van Helga Kos is tot en met zondag 27 juni te zien in Museum Meermanno in Den Haag (Prinsessegracht 30). Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur. Het kunstenaarsboek kost 1500 euro.

Haar ‘Ode aan de Kolossale Zon’ mag gerust een bekroning op haar oeuvre worden genoemd, want om dit kunstenaarsboek te voltooien, had Helga Kos maar liefst vijf jaar nodig. Geen weggegooide tijd, gezien het feit dat het boek inmiddels al is aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek, door Museum Meermanno en door het Stedelijk Museum Amsterdam.

Een collectors item ook, want bij voorintekening waren er al direct honderd exemplaren verkocht. “Men spreekt vaak over een slecht verzamelaarsklimaat in Nederland”, aldus Helga Kos. “Ik heb daar helemaal niets van gemerkt. Onder meer door de voorintekening was ik in staat om dit kunstenaarsboek te vervaardigen.”
De kunstenares, die normaal gesproken tekent en schildert, liet zich voor haar boek inspireren door muziek van Ned Rorem, door zijn ‘Last Poems of Wallace Stevens’. Het was hét beginpunt van dit veelomvattende project. “De muziek maakte enorm veel beelden bij me los. Wallace Stevens was overigens een dichter die veel kunstenaars inspireerde. Hij schreef gedichten die sterk beeldend waren.”

Toen het idee in haar opkwam om beeldende kunst in relatie tot dit muziekstuk te ontwerpen, ontdekte ze dat schilderijen en tekeningen niet toereikend waren om de diversiteit aan beelden aan te geven. “Rorems muziekstuk bestaat uit verschillende delen, onderling sterk verschillend. Het tweedimensionale van een autonome tekening of van een zelfstandig schilderij bleek te eenduidig om alle emoties die het muziekstuk bij me opriep te vertalen naar beeldende kunst. En al denkende kwam ik bij een boek uit.”
Bij het creëren van haar boek kwam haar ervaring in de wereld van de kunst goed van pas. Niet alleen was het vertalen van gedachten en ideeën naar kleur en vorm nuttig, maar ook bleek haar ervaring als maker van animatiefilms van waarde. “Ik heb dat tien jaar gedaan en mijn geest is zich heel erg bewust van het denken in opvolging van beelden die op een bepaalde manier een relatie met elkaar hebben.”

Het kunstenaarsboek kenmerkt zich door een veelheid aan druktechnieken, van zeef- en preegdruk tot litho en stencil, als door een rijkdom en variëteit aan papier. Helga Kos werkte er zo lang aan omdat zij alles zelf met de hand heeft gedrukt – de Rijksacademie in Amsterdam stelde ruimtes beschikbaar – maar ook heeft ze er jaren aan gewerkt omdat het voorkwam dat het voltooien van zes pagina’s soms meer dan zes maanden in beslag nam.
“De droogtijd was ook een bijzondere factor. Ik had op een goed moment prachtig Japans hand geschept papier en dat kon alleen maar op een bepaalde manier worden bedrukt. Het moest alleen wel erg lang drogen. Maar dat papier had zo’n vitaliteit in zich, dat ik het per se wilde gebruiken.”

Leven
Vitaliteit was, zo vertelt de kunstenares, ook een gegeven dat in de gedichten een grote rol speelde. “Wallace Stevens schreef ‘De Last Poems’ in de laatste maanden van zijn leven. Hij was toen een zieke, oude man, maar in plaats van te spreken over de dood, bezingt hij het leven. Prachtig.”

“Ik heb in de titel van mijn boek, in de ‘Ode aan de Kolossale Zon’, willen verwijzen naar het licht, naar de bron van het leven”, vertelt Helga Kos. “Maar ook geef ik ermee aan hoe sterk iets bij je binnen kan komen, hoe onvergetelijk een indruk soms kan zijn. Dat had ik heel sterk toen ik naar de muziek van Ned Rorem luisterde, dat maakte zo veel in me los. De gedichten waarop de muziek is geïnspireerd staan op zichzelf, de muziek is autonoom en mijn boek betekent een zelfstandige beeldlaag erbij. De drie disciplines kun je bij wijze van spreken over elkaar heen leggen en dan is er zeer zeker sprake van synergie.”

Nancy Campbell, bespreking in Printmaking Today, vol 16, nr 3 Autumn 2007

PROFILE

Helga Kos has developed a series of prints to accompany a musical setting of Wallace Stevens’ poems.

Helga Kos, a graduate of the prestigious Amsterdam Rijksacademie, describes herself as a painter, though she works in a range of media with integrity and distinction. Ode to the Colossal Sun, her first venture into printmaking, is an artist’s book which incorporates seven of Wallace Stevens’ late poems. It was awarded the accolade of Best Dutch Book Design in 2004, and has been acquired by numerous international collections. Art Larson, formerly Leonard Baskin’s printer at Gehenna Press, described the letterpress section as one of the finest pieces of technical work he had seen. However, Helga did not set out to please letterpress purists or even to make a formal artist’s book’ to fit into that rapidly growing genre. I visited her studio near the Singelgracht in central Amsterdam to talk about this intensive five-year printmaking project.

Helga believes a successful print demands fine draughtsmanship and control of form and colour. She sees this exemplified by Hockney’s work, which she has admired since she too recorded the distorted patterns in swimming pools, although her own paintings suggest more abstract influences. She was hesitant to embark upon printmaking, a medium which seemed to require more detailed planning, and a daunting degree of technical experience. ‘When you paint you can be less precise and just suggest things, but when you print it’s different: you have to chose when you make the colour changes, and you cannot go back. You can put something over it, but you cannot destroy it.’

Helga’s exploration of printing was catalysed by an invitation to exhibit alongside a concert performance of Last Poems of Wallace Stevens by the American composer Ned Rorem. She created some rich gouaches, and later, when asked to make a CD booklet for the recording, she decided to develop the project further. It’s not surprising that Stevens, author of such works as ‘The Ultimate Poem is Abstract’, and analyst of the representation of things, struck a chord with the artist. Inspired by livres d’artistes such as Matisse’s Jazz, he was notoriously finicky about the design of his own publications and his work seems an appropriate subject for graphic experiment.

Theme and Variation
Helga’s experience drawing storyboards for animated movies suggested the possibilities of narrative form. Her concept was to use the book structure to highlight the nature of music as a force existing in time. She wanted to create a visual work ‘that has all the elements of music – themes that come back and connect to earlier themes or variations on themes.’ Over 156 pages, images are suggested before and after they appear, using semi-transparent, half-size or perforated paper through which the viewer can see beyond the existing spread. Each section has a different dominant tone, swathes of sombre blues or fold-outs that recall the sun-bleached pinks and yellows of her paintings. A small scarlet circle is a leitmotif, repeated as a lithographed scribble, a silkscreened spot, and even a Velcro fastening for the CD which lurks in the opening sequence, containing the austere and occasionally frenetic chamber music. ‘There is no page existing by itself,’ insists Helga. The three-volume, spiral-bound structure, with its many interconnecting visual references, prevents the images being taken out-of-sequence as they might on gallery walls.

Helga delighted in the physical task of printing. Every fresh development brought ideas unprejudiced by experience. She experimented in the graphic studio of the Rijksacademie, mixing inks, testing papers ranging from delicate kozo to stiff card and pulling flat and folded sheets through the press. ‘I discovered that when using a certain black paper, the ink changed colour, red became bronze, a bright orange turned into real gold and a specific blue popped up as a sparkling dark pink, days after printing.’ She became jokingly known as the ‘ten-colour printing machine.’ On one particular spread numerous lino blocks were inked simultaneously with different colours and printed in one revolution of the press, resulting in a geometric pattern of saturated intensity. Offset litho was used for reproductions of gouaches in the final volume, but this return to paint was totally controlled by the print process; Helga doctored the original paintings, so that they, rather than their replication, became the means to an end.

Stories and Non-Stories
These multiple combinations of colour and form arouse strong emotions. Helga sees the audience as an active component of her artwork, and intends the book to induce in each viewer the sense of possibility an artist experiences when creating a project. In an early series of paintings entitled Non-Stories (1995) Helga aimed to create an abstract work ‘which had figurative elements that were so strangely connected that you couldn’t make a story out of them.’ Those canvases gestured towards something elusive or forgotten, like vast landscapes in which we are at once liberated and utterly lost. A recent show, entitled Not Here Not Now (2005) examines similar concerns. If you would just think about a tree now is a lino print in which a woman is half-hidden as if behind a tree, but the absent tree must be imagined as well as the figure’s hidden body. Whether challenging the viewer’s notions of narrative or provoking play, Helga often stands back to let their interpretation take centre stage.

‘Not ideas about the thing but the thing itself’, the last poem in Ode to the Colossal Sun, describes an intangible sound ‘like/A new knowledge of reality.’ Helga’s work, mining layers of reality, ultimately suggests that the ‘real’ may only exist in the individual imagination. She is sceptical of photographic truth and prefers to evoke questions rather than answers, making free use of blank spaces and unfinished lines, inked over or otherwise occluded with multiple crosses or expressive scribbles. In ‘A child asleep in its own mind’ a Victorian studio portrait is overprinted with a pattern reminiscent of oppressive antique wallpaper and panels of colour that leave a glittering residue. She disrupts the primary image because ‘memory is not constructed like a photograph.’ Ode to the Colossal Sun, where no page is free of reference to the others, suggests that the Zen ideal of existing in the present is impossible due to invasive memories or anxieties about the future. Helga explains that there were several instances in which the very nature of the printed process assisted her, for example while printing from lino blocks for the first volume: ‘I noticed that on the sheets that I used to keep the press from staining there appeared beautiful rest forms.’ These protection sheets were saved and used in the final section, ‘A Clear Day’, where they provide a negative image of the borders of earlier prints.

When the book was completed, Helga returned to painting, working on a scale that had been impossible in the pressroom. She doesn’t deny that she now considers printing part of her repertoire and shows me a wall pinned with dynamic, impulsive sketches which she hopes will form the foundations of a new graphic project. However, when I question her further, she smiles mysteriously and hints that her return to printing ‘will be very different.’ Since a project that started as a booklet developed into a monumental three-volume work, who can imagine where this versatile artist will go next?

Ode to the Colossal Sun can be viewed at
Bertram Rota Ltd, 31 Long Acre, London